opositie voeren "een vak apart"
Welkom op onze website

 

Oppositie voeren “een vak apart”

 

Op grond van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 werd Liberaal Wormerland (VLW) met 6 zetels veruit de grootste partij in de raad van onze gemeente. Ook de SP behaalde een enorm mooi resultaat en deze partij kreeg 3 zetels.

 

VLW kreeg de taak om als grootste partij een nieuw coalitie te vormen. Wij besloten om de coalitieonderhandelingen met alle partijen te voeren en ook besloten wij deze gesprekken in de openbaarheid te willen houden zodat de kiezer precies kon volgen wat wij met hun steun deden.

 

PvdA, CDA, VVD en GroenLinks gaven aan dat op grond van de verkiezingsuitslag een coalitie tussen VLW en SP voor de hand zou liggen.

Op zich was dit geen onredelijke stellingname, want het waren juist PvdA, CDA, VVD en GroenLinks die na de verkiezingen “hun wonden moesten likken” omdat de kiezer hen stevig had afgerekend en zij allemaal zetels hadden moeten inleveren.

Maar was dit wel hun oprechte mening?

 

Achteraf gezien (en achteraf heeft altijd iedereen gelijk, dat besef ik goed) moet ik echter concluderen dat er politieke motieven waren om de onderhandelingen niet met ons te willen voeren. PvdA, CDA, VVD en GroenLinks moeten gedacht hebben, dan wel op z’n minst de hoop hebben gekoesterd, dat een onderhandeling tussen VLW en SP “op niets zou uitlopen” omdat de verschillen tussen beide partijen wel eens te groot zouden kunnen zijn.

Maar VLW en SP wisten hun verschillen heel goed op te lossen en na een weekje overleg met elkaar konden wij gezamenlijk een coalitie sluiten met een meerderheid van zetels in de gemeenteraad.

Dit moet een tegenvaller voor de andere partijen zijn geweest!

 

Toch wilde de nieuwe coalitie het overleg met een tweetal andere partijen alsnog gaan voeren en zo werden PvdA en CDA uitgenodigd om eventueel aan onze coalitie deel te nemen.

De PvdA en CDA gaven aan alleen een gesprek te willen aangaan wanneer VLW en SP hun gezamenlijk bereikte overeenkomst in de “prullenbak zouden gooien”.

Geheel terecht gingen VLW en SP niet in op deze eis. Immers, het waren eerst ook CDA en PvdA (en VVD en GroenLinks) geweest die vonden dat VLW en SP maar een coalitie met elkaar zouden moeten aangaan zijnde de winnaars van de verkiezingen. Die uitdaging gingen zij aan en gezamenlijk bereikten zij een goed akkoord. De wens van de “oppositie in wording” werd dus door ons volledig gehonoreerd. Het zou dan ook te gek voor woorden zijn geweest wanneer wij die overeenkomst zouden moeten vernietigen om een tweetal andere partijen in die coalitie mee te krijgen. Waarom waren zij dan niet al eerder, nog voor het sluiten van de overeenkomst tussen VLW en SP ingestapt? Kozen zij niet zelf om niet mee te willen doen?

 

Wij zijn nu 2 jaar verder. VLW en SP werken nog steeds op een hele goede wijze samen. Gemaakte afspraken worden nagekomen en de programmapunten uit ons coalitieakkoord zijn bijna allemaal al uitgevoerd of in uitvoering genomen. Wij kunnen daar trots op zijn!

 

PvdA, CDA, VVD en GroenLinks vormen gezamenlijk de oppositie, maar de vraag is of zij ook oppositie voeren!

Het antwoord op die vraag is helaas ontkennend. De genoemde partijen werken vanuit een gevoel van frustratie. Zij zijn niet meer “de baas in huis” en zij zijn nu in hun beleving “lijdend” geworden” ondanks het feit dat zij de afgelopen 2 jaar ook regelmatig de kans hebben gekregen om ook hun eigen inbreng te leveren.

Zo werden zij bijvoorbeeld uitgenodigd om eigen onderwerpen in de brengen voor de werkplannen van ons college. Reactie was negatief, dit deden zij niet!

En ja, waar de wil ontbreekt, ontbreken ook de verdere mogelijkheden!

 

Oppositie voeren is een eigen vak, het is geen makkelijke taak (als VLW weten wij daar eigenlijk heel veel van), maar wanneer je constructief jouw inbreng levert dan wordt die inbreng ook constructief benaderd, want die wil is ook nu nog steeds aanwezig bij VLW en SP. Ons raadslid, Henk van der Snoek, heeft hier al vaak een oproep richting oppositie voor gedaan. Waarom wordt aan zo’n oproep toch geen of onvoldoende gehoor gegeven?

 

“Wat je oogst zul je zaaien” en de oppositie zaait nu narigheid, een enorme frustratie en onprofessioneel gedrag en een dergelijk gedrag wordt natuurlijk niet geoogst en dat zou voor onze gemeente ook niet goed zijn.

 

De grote landelijke partijen “beklagen” zich nog wel eens over het gedrag van de kiezer, die hen in de steek laat als het erop aan komt. Is dit kiezersgedrag echter niet te wijten aan de onbetrouwbaarheid van die landelijke partijen zelf op landelijk, maar helaas toch ook op lokaal niveau?

 

Neen, oppositie voeren doe je niet om steeds anderen de schuld te geven van alles, oppositie voeren doe je op een wijze waarop je het vertrouwen van de achterban kunt herwinnen, oppositie voeren doe je door op constructieve wijze te kijken naar beleidsvoornemens en doe je om niet in de aanvallende modus, maar in de overleg modus te proberen voorstellen aangepast te krijgen wanneer je dat wilt.

 

Na 2 jaar oppositie hebben PvdA, CDA, VVD en Groenlinks helaas (en dat is eerlijk gemeend) die weg nog niet echt gevonden en daarmee hebben zij, naar mijn oordeel, 2 jaar verloren voor de kiezers die hen in maart 2010 nog het vertrouwen gaven en hun stem op hen hebben uitgebracht.

Jammer toch!

 

 

Ronald Hendriks

VLW

 

 

16 mei 2012

 

 

 

 

 

 

 

 



De druk op de gemeentelijke financiën

 

 

Om haar taken goed en naar behoren uit te kunnen voeren dient de gemeente over voldoende financiële middelen te kunnen beschikken. Immers, een gemeente is gelijk aan een heel groot gezin en meer geld uitgeven dan wordt ontvangen is ook voor een gemeente niet aan te raden. De sanctie op het te veel uitgeven van geld zal zijn dat de gemeente onder toezicht wordt geplaatst van de provinciale overheid en dat betekent dat de gemeente voor elke uitgave een feitelijke instemming moet hebben van de toezichthouder.

Dit toezicht wordt in de volksmond omschreven als “artikel 12 toezicht”.

 

Voor de inwoners van de gemeente is een dergelijke situatie niet prettig. De gemeente wordt ernstig beperkt in het doen van uitgaven, ook die uitgaven die strikt gezien als noodzakelijk kunnen worden omschreven en ervaren, zoals bijvoorbeeld het onderhoud aan de openbare ruimte, het doen van investeringen, het verstrekken van subsidies e.d.

Kortom, een “artikel 12 toezicht” raakt niet alleen het gemeentelijke apparaat, maar zeker ook de burgers!

 

In een lange reeks van achterliggende jaren hebben de gezamenlijke Nederlandse overheden steeds meer geld uitgegeven dan werd ontvangen. Het gevolg hiervan is dat onze staatsschuld ernstig is opgelopen met als consequentie dat de Nederlandse Staat geld moet lenen op de geldmarkt en daarover natuurlijk ook rente moet betalen. Het reduceren van onze schuld en dus het reduceren van onze tekorten op de staatsfinanciën is dan ook van groot belang.

 

Het huidige Kabinet (het “Kabinet Rutte”) moet nu van Europa onze tekorten gaan terugbrengen tot eerst 3% van ons nationale inkomen en vervolgens tot 0% in de jaren die nog komen. Het huidige tekort ligt op circa 4.5%. Het betreft hier vele miljarden euro’s die bezuinigd moeten gaan worden willen wij kunnen voldoen aan de eis van Europa.

 

Het Kabinet is van oordeel dat lagere overheden ook deels de schuld dragen voor de tekorten van de Staat. Deze redenering is overigens niet geheel onjuist, maar wel moet hierbij dan ook direct de vraag gesteld worden welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen.

 

De landelijke overheid heeft de neiging om onder de noemer van “decentralisatie” allerlei taken vanuit de landelijke overheid neer te leggen bij de lagere overheden en dus ook bij de gemeenten. Deze lagere overheden krijgen hiervoor echter niet altijd de noodzakelijke financiële middelen. Met andere woorden, wij krijgen wel de taak, maar niet het benodigde geld!

De decentralisatie van taken is dan ook niet meer dan een ordinaire bezuiniging bij de landelijke overheid waarvoor de lagere overheden moeten betalen!

 

Gemeenten ontvangen hun inkomsten uit diverse bronnen. Deze zijn:

  1. Een uitkering uit het gemeentefonds (= geld vanuit de rijksoverheid)
  2. De eigen gemeentelijke belastingen en heffingen (OZB, rioolheffing, afvalheffing, leges e.d.)
  3. Eventuele uitkeringen uit aandelen van bijvoorbeeld nutsbedrijven, waarvan de gemeente aandelen bezit (bijvoorbeeld Nuon e.d.)
  4. Incidentele inkomsten uit bijvoorbeeld grondverkoop e.d.

Het gemeentefonds is de belangrijkste bron van inkomsten voor de gemeenten. De hoogte van de uitkering wordt landelijk bepaald en omvat naast gelden voor, zeg maar, algemeen gebruik ook gelden voor specifieke doelen (doeluitkeringen), waaronder als

    

voorbeeld de kosten voor de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en andere sociale verplichtingen. Deze gelden moeten voor het bedoelde doel worden ingezet.

 

Een gemeente kan echter niet zeggen dat wanneer het door het Rijk beschikbare geld is opgebruikt er verder geen hulp/ondersteuning meer geboden zal worden. Het tekort op het budget zal dan moeten worden bijbetaald vanuit de Algemene Middelen van de gemeente en daar ontstaan er dan mogelijke problemen. Immers ook de gemeente kan het beschikbare geld maar één keer uitgeven!

 

Wil de gemeente nu voorkomen dat er toch meer geld wordt uitgegeven dan wordt ontvangen, dient ook de gemeente te gaan bezuinigen op haar uitgaven. Maar dit houdt wel risico’s in voor de toekomst.

Een bezuiniging op bijvoorbeeld onderhoud van wegen kan leiden tot slechtere en gevaarlijke wegen en trottoirs. Mensen kunnen in sommige gevallen de gemeente verantwoordelijk stellen voor de gevolgen van een ongeval. Maar ook zal achterstallig onderhoud uiteindelijk leiden tot hogere kosten later. Dit is derhalve “het paard achter de wagen spannen” en zal de gemeente op termijn voor hoge kosten kunnen plaatsen, terwijl de gemeente eigenlijk dat geld ook niet heeft!

 

Het extra verhogen van de gemeentelijke belastingen is mogelijk, maar zeker niet als gewenst te beschouwen. Immers, als gevolg van landelijk beleid om de uitgaven te beperken, is de landelijke overheid ook al snel geneigd om juist aan haar inkomstenkant meer geld binnen te halen. Er wordt dan niet bespaard, maar verhoogd!

Denk hierbij aan verhoging van de BTW, verhoging van de inkomstenbelasting, verhoging van accijnzen e.d.

 

Kortom, ook de portemonnee van de burger wordt geraakt vanuit de landelijke politiek en wanneer de gemeente daarnaast ook nog eens een greep doet in de buidel van de burger, dan zal die burger nog meer worden gedwongen tot het doen van lagere uitgaven met alle verdere consequenties voor onze economische ontwikkelingen van dien. Minder geld uitgeven betekent ondermeer minder omzet van de winkelier, hogere prijzen van producten en uiteindelijk een grote kans op een zgn. “armoedeval” waardoor mensen op andere hulp worden aangewezen en vaak opnieuw voor die hulpvraag bij de gemeente aan de deur moeten gaan kloppen.

 

In veel gemeenten wordt dan ook een greep gedaan in de Algemene Reserve van die gemeente. Deze Algemene Reserve is echter niet bedoeld om de gemeenten extra financieringsmiddelen te verschaffen. Deze reserve is wel bedoeld om de financiële risico’s van de gemeente op te kunnen vangen. Standaard is dat een gemeente 10% van haar begroting als reserve moet aanhouden.

Voor Wormerland met een begroting van in totaal 23 miljoen euro moet onze reserve dan ook op minimaal 2.3 miljoen euro worden gehandhaafd.

 

De aantasting van de reservepositie van de gemeente betekent dan ook niets minder dan dat de gemeente haar beschikbare gelden “verteert” en uiteindelijk in een situatie van “artikel 12” zal kunnen terecht komen, waardoor uiteindelijk de totale schuldenlast van de Nederlandse Staat zal oplopen in plaats van afnemen.

 

Kortom, de bezuinigingen van het Rijk richting gemeenten kan ernstige negatieve gevolgen krijgen en kan uiteindelijk de schuld van ons land vergroten.

Beter zou zijn wanneer het Rijk hervormingen gaat doorvoeren op grond waarvan meer efficiency en dus ook lagere kosten worden bereikt. Maar of ons Kabinet daartoe in staat is??? Wij zullen dat moeten afwachten en maar het beste van hopen.

    

Nu is de druk op de gemeentelijke financiën gewoonweg te hoog en dat kan alleen maar leiden tot narigheid en verkeerde beslissingen. Gelukkig is de financiële positie van onze gemeente nog steeds redelijk gezond en wij zullen als gemeentebestuur (raad en college) er alles aan moeten blijven doen om die positie te handhaven. Dat is uiteindelijk ook in het belang van onze inwoners en onze middenstand en daar doen wij het toch ook voor, niet waar!

 

 

Ronald Hendriks

Wethouder

 

 

Wormerland, 19 april 2012